Naar inhoud

Nieuws uit de wijngaard

Nederlandse wijnbouw groeit tegen de wereldtrend in

15 juli 2026 3 min lezen
Bloemenrand met phacelia, goudsbloem en malva langs de rijen van een wijngaard

Het wereldwijde wijnbouwareaal loopt terug. Volgens de Internationale Organisatie voor Wijnbouw en Wijn (OIV) stond de teller in 2025 op ongeveer 7,0 miljoen hectare, het zesde jaar op rij dat er meer werd gerooid dan aangeplant.

In Nederland gebeurt het omgekeerde. Het CBS telde in 2026 voorlopig 138 bedrijven met wijndruiven op 250 hectare, tegen 96 bedrijven op 160 hectare in 2019.

Sectortellingen komen hoger uit, op ruim tweehonderd wijngaarden en zo’n 350 hectare. Dat verschil is geen meetfout: de Landbouwtelling registreert alleen bedrijven boven een economische ondergrens, en juist kleine wijngaarden vallen daaronder.

Die jonge sector maakt andere keuzes dan de oude wijnlanden. Niet omdat het hier makkelijker gaat, maar omdat er nauwelijks historische aanplant in de weg staat.

Biologisch gecertificeerd is maar een deel

Het keurmerk vertelt niet het hele verhaal. Volgens het jaarboek van het Zwitserse FiBL stond er in 2024 in Nederland 33 hectare biologisch gecertificeerde wijngaard.

Zet je dat naast de 233 hectare die het CBS voor datzelfde jaar telde, dan is ongeveer één op de zeven hectare gecertificeerd. De rest staat niet in de biologische registers.

Dat zegt weinig over hoe er geteeld wordt. Certificering kost geld en administratie, en voor een wijngaard van een paar hectare die zijn wijn rechtstreeks aan leden of bezoekers levert, weegt dat niet altijd op tegen de opbrengst.

Duurzaam is hier de norm

Wat de Nederlandse wijnbouw kenmerkt, zit dan ook niet in het keurmerk maar in de rassenkeuze. Onze wijngaarden telen overwegend PIWI-rassen: kruisingen die van nature bestand zijn tegen echte en valse meeldauw.

In een vochtig zeeklimaat is dat nauwelijks een keuze te noemen. Een klassiek Europees ras vraagt hier in een natte juni om behandelen, en vaak; een resistent ras komt met een fractie daarvan toe.

Bij ons staan onder meer Souvignier gris en Cabernet Blanc. Wie in 2015 of later begon, kon meteen voor zulke rassen kiezen, en dat deden de meeste Nederlandse telers ook.

Waarom chemie het op de rekening nog wint

Toch gaat die omslag niet vanzelf, en dat komt op de kosten neer. Chemische onkruidbestrijding is nog altijd goedkoper dan mechanisch of handmatig werk.

Onderzoeker Marleen Riemens van Wageningen University & Research vatte het op de landelijke Onkruiddag zo samen: de meerprijs van mechanisch bestrijden loopt uiteen van nauwelijks duurder tot veel duurder, afhankelijk van teelt en grondsoort.

Voor een wijngaard zit het venijn in de strook ónder de stokken. Tussen de rijen kan een machine maaien, maar in de rij zelf komt het neer op schoffelen en menskracht. Dat is precies waar een spuitmachine in een fractie van de tijd klaar zou zijn.

De Nederlandse wijngaard staat ruimer

Er is nog een verschil dat je meteen ziet als je uit Frankrijk komt: bij ons staan de rijen verder uit elkaar.

Daar zitten twee praktische redenen achter. De trekker en de werktuigen moeten erdoor om te kunnen maaien en schoffelen, en de wind moet het blad kunnen drogen.

Dat laatste is in dit klimaat de goedkoopste gewasbescherming die er is. Blad dat na een regenbui snel opdroogt, geeft schimmels veel minder kans, en dat scheelt behandelingen.

De prijs ervan is minder stokken per hectare, en dus minder kilo’s druiven per hectare. Nederlandse wijnbouw is daarmee arbeidsintensiever en kleinschaliger dan de zuidelijke, en juist daarom moet hij het van kwaliteit hebben.

Wat wij ervan maken

Bij ons gaat het nog een stap verder dan biologisch: geen chemische middelen, plus bloemrijke randen, bloeiende bodembedekkers en stroken die we bewust laten staan.

Die keuze kost werk, want alles wat je niet spuit moet je maaien, schoffelen of accepteren. Wat het oplevert voor het leven in en om de wijngaard, staat in ons artikel over wilde bijen.

Lees ook