Naar inhoud

Nieuws uit de wijngaard

Nederlandse wijnbouw in cijfers: 138 bedrijven op 250 hectare

30 juni 2026 3 min lezen
Grafiek van de Nederlandse wijnproductie in hectoliters per jaar

Het CBS voegde op 30 juni 2026 de voorlopige cijfers uit de Landbouwtelling toe. Voor de wijnbouw staat de teller op 138 bedrijven met wijndruiven, samen goed voor 250 hectare.

Sinds 2019 groeide het areaal daarmee met 56 procent, van 160 naar 250 hectare. Het aantal bedrijven ging in diezelfde periode van 96 naar 138.

Klein blijft het wel. Frankrijk had in 2023 zo’n 792.000 hectare wijngaard, ruim drieduizend keer zoveel.

Hoe hard groeit het?

De groei is gestaag, niet explosief: ongeveer tien tot twintig hectare per jaar, en een handvol bedrijven erbij.

Opvallend is het knikje in 2024. Het areaal zakte van 246 naar 233 hectare terwijl het aantal bedrijven gewoon doorgroeide. Dat wijst op het rooien van oudere of tegenvallende aanplant, niet op krimp van de sector.

Bedrijven met wijndruiven en hun areaal volgens de Landbouwtelling; cijfers over 2026 zijn voorlopig. Bron: CBS StatLine, tabel 80780ned.
JaarBedrijvenAreaal
201996160 ha
2021103193 ha
2023115246 ha
2025127238 ha
2026138250 ha

Waarom noemt de sector hogere cijfers?

In vakbladen en op wijnsites kom je andere getallen tegen: ruim tweehonderd wijngaarden op zo’n 350 hectare. Beide kloppen, ze tellen alleen niet hetzelfde.

De Landbouwtelling registreert landbouwbedrijven vanaf een bepaalde economische omvang. Een wijngaard van een halve hectare naast een baan valt daarbuiten, en juist die zijn er in Nederland veel.

Sectortellingen kijken naar iedereen die commercieel wijn maakt, hoe klein ook. Het verschil is dus geen meetfout maar een kwestie van ondergrens.

Waarom blijven Nederlandse wijngaarden zo klein?

Grond is duur en schaars. In een land waar landbouwgrond per hectare tot de duurste van Europa hoort, is grootschalig aanplanten voor een product met een lange terugverdientijd een zware investering.

Daar komt de tijd bij die een wijngaard nodig heeft. Een jonge stok geeft pas rond het derde jaar een kleine pluk en rond het vijfde een volwaardige opbrengst.

Veel Nederlandse wijngaarden zijn dan ook geen zelfstandig bedrijf maar een tweede tak, of ze verdienen aan bezoek: proeverijen, rondleidingen en horeca naast de wijn zelf. In september zetten bijna veertig van die wijngaarden hun hek open tijdens de Open Wijngaard Dagen.

Wat betekent klein voor de kwaliteit?

Kleinschaligheid heeft een voordeel dat in grote wijngebieden verdwenen is: alles gebeurt met de hand en met de ogen erbij. Snoeien, bladwerk, oogsten per perceel en per ras.

Dat is ook nodig, want de rassen die hier staan rijpen ongelijk. Bij ons kleuren Monarch en Cabernet Cortis weken eerder om dan Muscaris of Souvignier gris, waardoor er geen enkele oogstdag is maar een reeks.

Wat er in die weken in de bes gebeurt, staat in ons artikel over de véraison.

Waar gaat het naartoe?

De curve wijst maar één kant op: elk jaar meer bedrijven en meer hectares. Wat begon als hobby met een enkele pionier, is een sector geworden met een eigen opleiding.

Tegelijk blijft het schaalverschil met de rest van Europa enorm, en dat verandert voorlopig niet. De Nederlandse wijnbouw concurreert niet op volume maar op nabijheid.

Dat is precies wat een coöperatieve ledenwijngaard mogelijk maakt: de wijn gaat niet de handel in, maar naar de mensen die de ranken hebben.

Lees ook