Naar inhoud

Nieuws uit de wijngaard

Extreem weer 2026: wat hitte en droogte met onze druiven doen

6 augustus 2026 5 min lezen
Groene druiventrossen aan de stok, met verdroogd gras tussen de rijen

Bij ons in de wijngaard begon de véraison, de kleuromslag van de druiven, op 3 augustus. Dat is weken eerder dan we gewend zijn.

Van de volle bloei tot de oogst rekenen telers in een koel klimaat vaak met een richtgetal van zo’n honderd dagen, al scheelt dat flink per ras. Begint de kleuromslag eerder, dan schuift de pluk mee naar voren: naar september, en op de vroegste plekken in Nederland al naar augustus.

Achter die datum zit een zomer die uitzonderlijk warm en droog was. Dat verandert niet alleen wanneer we plukken, maar ook wat er in de bes zit.

De zomer van 2026 in cijfers

Juni was volgens het KNMI met 19,1 graden de op één na warmste sinds 1901, met tussen 18 en 29 juni een hittegolf die de wijngaard op scherp zette en op 26 juni 39,4 graden in Ell.

Juli was vervolgens zeer droog: 15 millimeter regen tegen 78 normaal, en 279 zonuren tegen een normaal van 222.

Het landelijke neerslagtekort liep aan het eind van de maand op tot 248 millimeter. Dat is ongeveer twee keer zoveel als gebruikelijk, en nog maar 20 tot 30 millimeter onder de recordjaren 1976 en 2018.

Zomermaanden 2026 vergeleken met het langjarig gemiddelde 1991-2020. Bron: KNMI, maandoverzichten juni en juli 2026.
2026Normaal
Gemiddelde temperatuur juni19,1 °C16,2 °C
Gemiddelde temperatuur juli19,7 °C18,3 °C
Neerslag juli15 mm78 mm
Droge dagen julicirca 19circa 13
Zonuren juli279 uur222 uur

Wat hitte en droogte met de druif doen

Warmte is goed voor het rijpen: de bes bouwt sneller suiker op. Meer suiker betekent meer voeding voor de gisten, en dus meer alcohol in de wijn, tenzij we eerder plukken.

Bij het zuur werkt de warmte de andere kant op. Vooral het appelzuur in de bes breekt bij warmte snel af, en warme nachten versterken dat omdat de stok dan niet afkoelt. Juist dat zuur houdt Nederlandse wijn fris; zakt het te ver weg, dan smaakt de wijn vlak.

Aanhoudende droogte geeft de stok bovendien stress. De bessen blijven klein en bevatten minder sap. Samen met lichtere trossen drukt dat de opbrengst per hectare.

Die kleine bessen hebben ook een goede kant. Er zit verhoudingsgewijs meer schil om minder sap, en in die schil zitten kleur, tannine en aroma. Dat geeft een geconcentreerde smaak, waar vooral rode wijn van profiteert.

Droogte is voor een wijnstok niet meteen een ramp

Waar de meeste teelten in zo’n zomer echt in de problemen komen, ligt het voor een wijngaard genuanceerder. De wijnstok komt uit een klimaat met droge zomers en heeft er de wortels naar: een volwassen stok wortelt meters diep.

Een beperkt watertekort werkt zelfs mee. De stok stopt met het maken van lange scheuten en steekt zijn energie in de trossen.

Droogte neemt bovendien de schimmeldruk weg. Valse en echte meeldauw hebben blad nodig dat nat blijft, en juli telde ongeveer negentien droge dagen tegen dertien normaal.

Waar ligt de grens?

De eerste grens ligt bij de jonge aanplant. Een stok van één of twee jaar heeft nog geen diep wortelstelsel en droogt uit voordat hij bij het diepere water kan.

De tweede grens ligt bij de fotosynthese. Wordt het tekort te groot, dan sluit het blad zijn huidmondjes om vocht vast te houden, en daarmee stopt ook de suikerproductie.

Het gevolg is een rijping die stilvalt: bessen die niet zoeter worden en zuur dat blijft hangen. Dan levert een warme zomer alsnog een matige oogst op.

Wat wij in de wijngaard doen

Op tijd plukken is een van de belangrijkste keuzes van dit seizoen. Wie te lang wacht, ziet het suikergehalte doorschieten terwijl het zuur wegzakt; wie te vroeg plukt, houdt onrijpe aroma’s over.

Het werk van de komende weken bestaat daarom uit meten en proeven, per ras en per perceel. Wij lopen de rijen af, meten het suikergehalte en proeven de pitjes.

Daarnaast laten we dit jaar bewust blad boven de trossen hangen dat we anders hadden weggehaald. Na een juli met 279 zonuren is schaduw geen verlies, maar bescherming tegen zonnebrand op de schil.

Beregenen is bij ons de uitzondering; het bodemwerk komt eerst. Een bodem met veel organische stof houdt water vast als een spons, en bloeiende bodembedekkers tussen de rijen beschermen de grond tegen uitdroging. Wat daar gebeurt, staat in ons artikel over een gezonde en levende bodem.

Net als veel Nederlandse wijngaarden hebben we wel een installatie voor nachtvorstbescherming. Die kunnen we in bijzondere gevallen ook gebruiken om water te geven, en dat hebben we dit jaar bij de jonge aanplant gedaan.

Oudere stokken redden zich zelf. De stress blijft bij ons beperkter dan op kale grond, maar ook hier zijn de bessen kleiner dan in een normaal jaar.

Solaris gaat als eerste van de stok

Het eerste ras dat in Nederland van de stok gaat, is vrijwel altijd Solaris. Dit schimmelresistente ras bouwt uitzonderlijk snel suiker op; de Nederlandse Wijngids beschreef vorig jaar hoe de eerste Solaris al in augustus werd geplukt terwijl Riesling nog een maand nodig had.

In een jaar als dit moet Solaris dus heel vroeg worden geoogst. Zelf telen wij het ras niet, maar het is wel de ouder van drie van onze druiven: Muscaris, Cabernet Cortis en Monarch erfden er hun natuurlijke weerstand van.

Bij ons zijn Rondo en Muscaris doorgaans de vroegste rassen. Zij bepalen wanneer de oogst hier echt begint.

Heel Europa plukt eerder

Wij staan hierin niet alleen. In de Champagne verwachten telers rond 15 augustus te beginnen, schrijft wijnvakmedium Vinetur. Dat zou de vroegste start ooit zijn.

Frankrijk kende sinds mei drie extreme hittegolven, telt het Amerikaanse vakblad Wine Spectator. In de Hérault beschreven wijnboeren druiven en blad die in enkele uren verschroeiden, en in delen van die regio wordt rekening gehouden met een gehalveerde opbrengst.

In de Champagne rekent telersvoorzitter Maxime Toubart op zo’n tien procent minder druiven dan vorig jaar, schrijft vakblad The Drinks Business. De trend achter dit ene seizoen is al langer zichtbaar: de Franse oogst begint tegenwoordig gemiddeld drie weken eerder dan in de jaren tachtig.

Het risico van zo’n jaargang zit in de balans: veel suiker en weinig zuur geeft een wijn die zwaar aanvoelt, terwijl juist frisheid Nederlandse wijn onderscheidt. Dat maakt het oogstmoment dit jaar belangrijker dan de oogstopbrengst.

Lees ook